Penselen
Er zijn twee soorten penselen: platte en ronde. De haarsoorten variëren van runder- en varkenshaar via geit, marter en eekhoorn tot moderne synthetische vezels. Deze laatste zijn prima geschikt voor aquarel. Synthetisch haar is veerkrachtig en behoudt goed zijn vorm; echt haar is soepeler en neemt meer water op. De grootte van het penseel hangt uiteraard deels samen met de grootte van het papier. Met wat oefening zou je alles met 1 penseel kunnen doen, maar de verschillende haarbundels maken diverse taken gemakkelijker. Platte penselen voor nauwkeurige rechte randen, ronde voor soepele toetsen en organische lijnen. Een basisset kan bestaan uit een breed en een smal plat penseel en twee of drie ronde in verschillende diktes en van een goede kwaliteit.

Papier
Je kunt aquarelverf gebruiken op stevig tekenpapier, maar we kiezen liever voor aquarelpapier. De verlijmde blocs zijn fijn voor buiten schilderen, maar losse vellen zijn voordeliger. Papier van cellulose (houtvezel) absorbeert de verf minder dan het ruigere papier van 100% katoen (cotton), maar op de katoenen papieren kun je weer beter in lagen werken, en correcties uitvoeren zonder dat het oppervlak stukgaat. Het gewicht in grammen is het gewicht van 1 m2 van die papiersoort en geeft ook de dikte aan: 185 grams is dun, 300 grams dik en stevig en 640 grams lijkt al op karton. De oppervlakken zijn HP (Hot pressed) oftewel glad, CP NOT (Cold pressed) oftewel medium fijne korrel, en Rough (ruw) met een grove korrel. Je ontkomt niet aan het uitproberen van verschillende soorten papier tot je er een vindt die je goed bevalt. Dunne papieren kun je opspannen met gegomd tape, bij zwaardere papieren is dat meestal niet nodig.

Paletten
Alle aquarelpaletten zijn van wit geglazuurd pocelein of plastic. Voor op reis of buiten zijn er handige klapdozen met vakjes. Voor thuis kun je een groter palet gebruiken, sommige zijn voorzien van een deksel om de verf vochtig te houden. Belangrijk zijn een of meer grote mengvlakken omdat je vaak veel verf met water verdunt. Het beste is om zoveel mogelijk met verse tubeverf te werken, al kun je opgedroogde restjes nog steeds gebruiken.